Posts tonen met het label intertekstualiteit. Alle posts tonen
Posts tonen met het label intertekstualiteit. Alle posts tonen

25.10.13

BUDDLEJA - intertekstualiteit - mijn persoonlijke boodschap blijft verborgen, voorlopig

Lucian Freud, Garden from the Window, 2002


"Klodders verf zijn in de vloer getrapt en op het pleisterwerk zijn telefoonnummers en cryptische woorden gekrabbeld. BUDDLEJA (vlinderstruik) lees ik ergens." — Martin Gayford, Man met blauwe sjaal. Poseren voor Lucian Freud, p. 33.

"In de voegen en scheuren van de in de vorige eeuw gebouwen muren zijn in de loop van de tijd talloze vlinderstruiken opgekomen, die zoals bekend immers genoegen nemen met de armzaligste omstandigheden. Toen ik de laatste keer langs die zwarte muren was gereden, in de zomer op weg naar Italië, hadden de spaarzame struiken net een beetje in bloei gestaan. En ik had mijn ogen bijna niet kunnen geloven toen ik, terwijl de trein stilstond voor een sein, een citroenvlinder zag rondfladderen, van de ene struik naar de andere, nu eens boven, dan weer beneden, dan weer links, steeds maar in beweging." — W.G. Sebald, Duizelingen

"LF's voorkeur voor bepaalde planten en landschappen is geheel in lijn met zijn smaak wat modellen betreft. Het liefst heeft hij ze zoals ze zijn, zonder opsmuk. De manier waarop hij zijn tuin onderhoudt spreekt in dit opzicht boekdelen. Die is overwoekerd door een woud van vlinderstruiken, een wilde plant die in Londen veel voorkomt en door de meeste mensen als onkruid wordt beschouwd. LF heeft de struik ongehinderd laten groeien." — Martin Gayford, Man met blauwe sjaal. Poseren voor Lucian Freud, p. 39.

26.9.13

Over ruïnes en heropleving — louter gedachten — (wordt aangepast, continu)

Na het lezen van Valeria Luiselli's Valse papieren merk ik ruïnes meer op. In het midden van de krioelende drukte werd op de Meir in Antwerpen in één dag een gebouw met de grond gelijk gemaakt — ik weet zelfs niet meer welke winkel er zich gevestigd had — en een nieuw hoofdstuk aangekondigd. Het enige wat overblijft, is de gevel van het gebouw. Voor mij is dit het summum van absurdisme, het wegvagen van alle bestaande en gevestigde waarden.

Voorheen zou ik het tafereel zonder nadenken voorbij zijn gewandeld; nu word ik door verschillende gevoelens overspoeld. Nu vergelijk ik 'het boren in muren, het breken van ramen, het opblazen van gebouwen' met het schrijven van literatuur en het maken van een kunstwerk. 'Waarom eigenlijk? Om niets te vinden.'

Bij iedere nieuwe uitgave van Papelos falsos zet de jonge Luiselli zich opnieuw aan het werk met dezelfde tekst. Ze boort en breekt in haar eigen werk. Waarom eigenlijk?

Pablo Picasso en Jan Sluijters waren ook in de ban van deze "herscheppingsdrift". Picasso kon je onmogelijk "loslaten" in musea waar zijn werk hing: het kon gebeuren "dat hij palet en penseel vanonder zijn jas tevoorschijn haalde om in moordend tempo reeds lang aangekochte werken alsnog onherstelbaar te verbeteren" (Zwagerman, p. 91). Waarom eigenlijk?

In Kennis is geluk. Nieuwe omzwervingen in de kunst raakt Joost Zwagerman, door Gerhard Richter erbij te betrekken, het onderwerp van de veranderlijkheid van de kunst aan en geeft hij tegelijkertijd op mijn vraag:
Toen een Duitse journaliste op een persconferentie in 2008 in Keulen aan Gerhard Richter vroeg welke schilderijen uit zijn oeuvre hem het dierbaarst waren en welke hij het meest geslaagd vond, gaf de kunstenaar niet direct antwoord. Hij zocht naar woorden. Uiteindelijk kwam er een aarzelende repliek. Geen schilderij van hem, hoe lang geleden ook gemaakt, is elke dag hetzelfde. Een ouder werk, dat hij zelf nog maar zelden kan bekijken omdat het is aangekocht door een museum of collectioneur, verandert doordat hij in zijn atelier een nieuw werk aan het oeuvre toevoegt, maar ook doordat door de tijd zelf zijn kunst van vroeger aan verandering onderhevig is. Jijzelf verandert, en wat je hebt gemaakt verandert met je mee, doordat de tijd vat heeft zowel op maker als op het gemaakte. (p. 17, mijn cursivering)
Wanneer is een kunstwerk afgewerkt en kunnen we überhaupt nog van een afgewerkt kunstwerk spreken? Zouden we rekening moeten houden met aanvullende gedachten omtrent eventuele bewerkingen van een kunstenaar ten opzichte van zijn werk(en) en hoe ver kunnen we daar in gaan?